Afronding 1e fase LOGICA-kozijn
Het project LOGICA-kozijn, is gebaseerd op een initiatief van IAA architecten te Enschede. Op basis van uiterst rationele argumenten ontstond de overtuiging dat beton voor toepassing in een buitenkozijn ideaal zou zijn. Argumenten zijn o.a. hoge duurzaamheid, lage prijs en gering onderhoud. Met steun van een tiental ondernemingen en met subsidie van Pioneering werd een project opgezet en de Universiteit Twente werd verzocht dit project uit te voeren.
In het project werd in eerste instantie gefocust op materiaaleigenschappen. In tweede instantie werd naast het aspect materiaal, de aspecten ontwerp en fabricage onderzocht. Materiaalkeuze werd afhankelijk gesteld van ontwerp en fabricagemethode.
Resultaten:
Op 2 februari 2009 is de eerste bijeenkomst gehouden van de klankbordgroep van het project LOGICA-kozijn. Op 30 juni 2011 was er een afsluitende bijeenkomst over het LOGICA kozijn voor de betrokkenen.
Om te komen tot een LOGICA kozijn zijn er diverse fabricagemethoden onderzocht zoals spuitgieten in gesloten mallen en extrusie van profielen. Vooral werd gekeken naar disposible mallen om de malkosten te drukken. De mallen zouden kunnen dienen als transportverpakking. Speciale aandacht ging naar een zodanige afwerking van de mal dat gave producten mogelijk worden.
Met betrekking tot het ontwerp werd gekeken naar gewichtsbesparing. Lichte vulstoffen waren al onderzocht door Hüsken. Dunwandigheid was een alternatief, al of niet in combinatie met een licht kernmateriaal.
Het onderzoek naar fabricagemethoden is ingegeven door het feit dat verwacht kon worden dat de malkosten aanzienlijk zouden zijn als uitgegaan wordt van klassieke mallen uit betonplex. Niet alleen als gevolg van de uithard tijden zouden vele mallen nodig zijn maar ook als gevolg van maatvariaties.
Geconcludeerd werd dat er twee basis strategieën voor het gieten mogelijk zijn.
Daarnaast kunnen twee basisstrategieën voor de malfabricage onderscheiden worden.
- Herbruikbare mallen
- Disposible mallen
Nadelen van herbruikbare mallen zijn: duur en veel nodig i.v.m. maatverschillen. Voordelen zijn een hoge kwaliteit en afschrijving over meerdere jaren.
Nadeel van disposible mallen is de directe afschrijving. Voordelen zijn combinatie met transportverpakking en geen opslagruimte voor werkloze mallen. Bovendien ontbreekt de noodzaak tot reiniging.
Tevens is gekeken naar de mogelijkheid om profielen te extruderen naar analogie van aluminium en kunststof kozijnen, waarna deze op traditionele wijze d.m.v. afkorten en lijmen samengesteld worden.
Tijdens het fabriceren van de proefstukken is opgevallen hoezeer het gewicht een rol speelt. Een massief kozijn, op basis van de tekening, van 500 x 500 mm komt al gauw op 50 kilo wat volgens de Arbo richtlijnen niet eens met twee man gedragen mag worden.
Dit is de reden dat veel aandacht is geschonken aan gewichtsbesparing. Hiervoor zijn drie strategieën onderscheiden, te weten:
- Lichte vulstoffen
- Kernen van schuim
- Dunwandig construeren
Samenvattend kan geconcludeerd worden dat het gieten in open mallen van EPS gelukt is en dat er een fraai oppervlak te verkrijgen is door “Verhautung” of door het aanbrengen van een voering. Dunwandigheid is te bereiken door toepassing van slagextrusie. Daarnaast is het mogelijk gebleken om het gewicht van het kozijn te beperken door slagextrusie.
2e fase LOGICA-kozijn
Vervolgstappen kunnen zijn:
- Realiseren van een complexer, samengesteld kozijn.
- Optimalisering van het proces
- Optimalisering van het materiaal
- Optimaliseren van het ontwerp
Om deze vervolgstappen te kunnen realiseren is er een bedrijf nodig die hierin als trekker wil opereren. Binnen de groep deelnemende bedrijven is deze ambitie er niet. Om het LOGICA kozijn een vervolg te geven zal Hennie Kokkeler zich oriënteren op partners buiten de regio.
Betrokkenen:
Projectleider: Hennie Kokkeler, IAA Architecten
Deelnemende bedrijven:
- Bartels ingenieursbureau
- Betoncentrale Twente
- De Woonplaats Enschede
- Dura Vermeer Bouw Hengelo
- HEBO Kozijnen B.V.
- IAA Architecten Enschede
- Nijhuis Toelevering B.V.
- Trebbe Bouw Oost & Noord B.V.
- Voskamp Bouw + Industrie Almelo
- Woningcorporatie Welbions in Hengelo
Subsidieverstrekker: IPT (Innovatie Platform Twente) Stichting Pioneering
Uitvoerder: Universiteit Twente
- Prof. Dr. Jos Brouwers
- Dr. Götz Hüsken
- Prof. Dr. Wim Poelman
Studenten: Ruben Langeveld, Chiel de Wit, Thijs Teunissen



