Nieuwsitems KNR 2011
Wonen in beweging – Vergrijzing als kansMensen willen het liefst zo lang mogelijk in hun eigen woning blijven wonen. Om dit te kunnen realiseren moet de woning en de service daaromheen, ook passend worden gemaakt.
Datum: 1 december 2011,Vd Valk Hotel Hengelo, Bornsestraat 400, 7556BN Hengelo Programma 15.30 uur Ontvangst met koffie en thee 16.00 uur Opening en begroeting Diele Biemold- Gemeente Hengelo 16.05 uur Vergrijzing als marktkans Rob Engbers, Woonlab 16.25 uur Levensbestendig ontwikkelen en bouwen Haafkes, Aannemings en afbouwbedrijf Haafkes 16.45 uur Hoe wilt ú wonen? Stichting SIR 55+ 17.05 uur Demonstratie in een productencarrousel 17.45 uur Netwerkborrel
Wilt u deze middag bijwonen? Stuur uw contactgegevens voor 25 november per email naar r.driessen@hengelo.nl Meer informatie over het project vindt u op www.wonen-in-beweging.nlof www.langzultuwonen.nl |
SBR Duurzaamheidscongres 21 september 2011Op 21 september organiseert de SBR haar jaarlijkse duurzaamheidscongres over verantwoord materiaalgebruik. Het congres vindt plaats in het Leerhotel Het Klooster in Amersfoort. Aanmelden via de website van SBR: www.sbr.nl/kenniswinkel/bijeenkomst Het SBR-Duurzaamheidscongres maakt onderdeel uit van de Dutch Green Building Week. Martin Liebregts van de Bouwhulpgroep zal vertellen over de afstemming van ontwerpkeuzes op de levensduur. Michael Braungart geeft een lezing over C2C en Agnes Schuurmans van Rockwool verteld over het meten van duurzaamheid volgens internationale normen. Verder zijn er 2 parallelle sessies. Tijdens de eerste parallelle sessie zal Elma Durmisevic namens Pioneering en de Universiteit Twente over Design for disassembly vertellen. |
Presentaties duurzaamheid van zorginstellingenBijeenkomst KISS en Pioneering Theaterhotel Almelo
De presentatie van Fons Haafkes (aannemer te Goor) liet zien dat er nog te weinig aandacht is voor kwalitatief en flexibel bouwen in de zorgsector. Het verpleeghuis Bruggerbosch in Enschede is een voorbeeld dat laat zien dat mooie, flexibele en goede gebouwen duurzamer zijn, omdat ze langer in gebruik kunnen blijven.
|
Verslag Workshop WoonlastenwaarborgWelke rol moeten corporaties en marktpartijen hierbij nemen?
De kernvragen van de workshop waren: Hoe maken bedrijven en corporaties de beloofde energiebesparing waar naar eigenaar-bewoners en huurders en hoe wordt voorkomen dat bewoners nonchalant energie verbruiken onder het mom van we hebben toch een verbruiksgarantie?
Tijdens de opening gaf de dagvoorzitter, Bas van der Veen, al aan dat partijen hun verantwoordelijkheid moeten nemen: als een woning uitnodigt tot oneigenlijk gebruik, dan is het ontwerp niet goed.
Vervolgens ging hij in op hun concept voor de woonlastenwaarborg voor huurders. Het wordt toegepast in situaties waar meerdere maatregelen een structurele energiebesparing opleveren. Dus niet bij één maatregel. Bij deze opzet wordt niet uitgegaan van huurverhoging op basis van de labelverbetering, maar van huurverhoging op basis van de voorspelde besparing over de woningen gezamenlijk. Daarbij moet de huurder gemiddeld een financieel voordeel hebben. Van de voorspelde energiebesparing wordt bijvoorbeeld 70 of 85 procent als huur doorbelast. Bij het niet behalen van de besparing over het complex als geheel, wordt de huurverhoging door de corporatie met terugwerkende kracht naar beneden bijgesteld. Opvallend hierbij is dat de maatregel voor bewoners die veel energie in de oude situatie verbruikten erg voordelig en voor hen die toen al weinig gebruikten financieel nadelig kan zijn. In een getoond voorbeeld was het gemiddelde gasverbruik voor de renovatie ruim zestienhonderd m3 per jaar. Een bewoner met een jaarverbruik van 1000 m3 betaalde na de renovatie exclusief huurtoeslag € 3,80 per maand meer. Bij een jaarverbruik van 2500 m3werd dit een voordeel van € 24,70 per maand. De bekende angst voor ongelimiteerd energieverbruik door huurder bij garantieregelingen werd ontkracht. Ervaringen leert dat de meeste bewoners hun energetische gedrag niet (negatief) aanpassen. Het is eerder andersom. Wel is er bewust voor gekozen om uit te gaan van het gemiddelde verbruik over de groep woningen. Het is dus geen individuele garantie. Tot slot is de regeling alleen voor zittende huurders van voor de verbeteringen van toepassing.
Het uitgangspunt bij de aanpak van de gemeente Apeldoorn bij het project in De Watten is dat de eigenaar-bewoner direct de besparing ervaart via zijn of haar bankrekening. De duurzame lening met een rentepercentage van 2 procent is daarbij een prettige bijkomstigheid. De gemeente Apeldoorn heeft dit project geïnitieerd omdat marktpartijen het niet integraal oppakten. De ambitie is echter wel dat de marktpartijen het weer overnemen.
Tijdens het laatste deel van de bijeenkomst gingen de groepen zelf aan het werk met dit thema. Hierbij stonden drie vragen centraal:
Dit alles steeds vanuit het perspectief van eigenaar-bewoners, huurders, corporaties, overheden en marktpartijen. De uitwerkte resultaten volgen binnenkort.
Het exacte aanpak van woonlastengaranties van de Woonbond wordt in Oost-Nederland nog niet toegepast. Wel worden her en der regelingen gehanteerd die de methode benaderen. Ook de aanpak van de gemeente Apeldoorn voor eigenaar-bewoners is erg vernieuwend. Een uitgangspunt werd door velen bevestigd: Een huurverhoging voor een huurder of de maandelijkse financieringslasten voor een eigenaar-bewoner is een hard gegeven, maar maak dan ook de besparing hard!
De werkplaats Klimaatneutraal renoveren kijkt terug op een erg succesvolle workshop met onderdelen die interessant zijn voor zowel vervolgonderzoek als vervolgbijeenkomsten.
|
|
|
Onderzoek financiële haalbaarheid energetisch renoveren
Het rekenmodel zal in de toekomst door De Woonplaats gebruikt worden om de financiële voor- en nadelen van energiebesparende keuzes in nieuwe renovatieprojecten te beoordelen. Het model zal in een workshop van KNR gepresenteerd worden en komt beschikbaar voor andere corporaties. |

Op donderdag 7 juli jl. vond weer een interessante bijeenkomst plaats van het Kennisplatform Duurzame Gebouwde Omgeving Overijsel (KDGOO) in samenwerking met Stichting Pioneering. Deze middag Had als thema "duurzaamheid van zorginstellingen".
De presentatie van 
De laatste spreker deze middag was 

Ondanks het extreem warme weer waren er ruim 30 deelnemers. Het is prettig om te constateren dat een modern energetisch gebouw in verhouding dan koel is. Aanwezig waren vertegenwoordigers van gemeenten, woningcorporaties en marktpartijen.
De eerste presenstatie was van Onno Van Rijsbergen van het Woonbond Kennis- en Adviescentrum.
In 



In de Prismare kwamen op 16 mei zo'n 70 deelnemers bijeen voor een workshop met als thema
Voor het exploiteren van (sociale) huurwoningen zijn financieel gezien twee zaken erg belangrijk:
Niemand kan in de toekomst kijken, maar één ding is zeker, de energiekosten vormen een steeds groter deel van de woonlasten. Dus niet alleen voor de CO2-reductie maar ook om de woonlasten van (sociale) huurders betaalbaar te houden, zullen woningcorporaties woningen energetisch moeten renoveren.
Voor de woningcorporaties is natuurlijk de grote vraag: Welke keuzes maken we bij een renovatie, zodat het ook voor onze financiële bedrijfsvoering haalbaar en beheersbaar is?
In opdracht van De Woonplaats en de werkplaats KNR heeft Stefan Maatman, student bouwtechnische bedrijfskunde aan Saxion, een onderzoek uitgevoerd naar de financiële haalbaarheid van energetisch renoveren van sociale huurwoningen. Dit is uigevoerd voor de renovatie van 15 z.g. grijsbouwwoningen die van G- naar A-label zijn gerenoveerd en 10 z.g. roodbouwwoningen die van G naar A++ (EPC 0,4) zijn gerenoveerd. Het werk is uitgevoerd in 2010 door Vastbouw uit Rijssen.
In het onderzoek is gerekend met de volgende parameters: exploitatietermijn, rente, disconteringsvoet, inflatie, mutatiegraad en percentage vaste huurders. Het ging bij dit onderzoek meer om het ontwikkelen van TCO-instrumenten dan om het project zelf. Door het onderzoek werd de verwachting bevestigd dat de renovatie van deze 25 woningen binnen de exploitatieperiode op basis van huurverhoging bij mutatie financieel niet rendabel is. Hierbij horen wel twee kanttekeningen. Ten eerste maakt deze renovatie onderdeel uit van een groot wijkverbeteringstraject en ten tweede is deze pilot voor De Woonplaats bedoeld om ervaring op te doen. Een uitgebreider verslag van dit onderzoek zal binnenkort gepubliceerd worden.
Door te kijken naar de totale levensduur van een woning worden betere keuzes gemaakt waardoor de Total Costs of Ownership beter beheerst worden. Hierdoor kunnen bezuinigingen op investerings- en exploitatiekosten gevonden worden. Voorkomen wordt dan door een verkeerde bezuiniging op de investeringskosten van een renovatie een veelvoud aan exploitatiekosten gegenereerd wordt. Daarnaast kunnen extra investeringen een veelvoud aan besparingen tijdens de levensduur opleveren.
Denken vanuit TCO en vanuit prestaties van gebouwen vraagt om een andere manier van werken. Hierbij gaat het dus ook bij energetische renovaties om kosten - van ontwerp, bouwen, exploiteren – en (extra) inkomsten. Het Convenant Vernieuwend opdrachtgeverschap Twente sluit op deze denkwijze goed aan. Hierover vindt u elders op deze website meer informatie. Daarnaast sluit de intensivering van de samenwerking van de werkplaatsen Klimaatneutraal Renoveren, Resultaatgericht Vastgoedonderhoud en Conversie & Hergebruik goed bij aan het denken vanuit levensduurkosten.
Tot slot kan geconcludeerd worden dat deze workshop een hoog informatief karakter had. Het leverde veel gespreksstof op, ook voor de informele afsluiting. Een aantal onderwerpen van deze workshop zal Klimaatneutraal Renoveren verder oppakken.
In opdracht van De Woonplaats heeft de werkplaats Klimaatneutraal Renoveren (KNR) dit onderwerp onderzocht. Op basis van de renovaties van de zogenaamde rood- en grijsbouw woningen op Velve-Lindenhof in Enschede is de investering “afgepeld”, zodat de daadwerkelijke energie-investering zichtbaar wordt. Van de energie-investeringen zijn de investerings-, de onderhoudslasten en de extra opbrengsten verwerkt in een rekenmodel om de netto contante waarden te berekenen. In een excel-rekenmodel zijn allerlei variabelen in te voeren. Hierbij kun je denken aan de exploitatieperiode en een eventuele huurverhoging op mutatiebasis. Aan de inkomstenkant is uitgegaan van het puntensysteem van het toekomstige woningwaarderingsstelsel.

